|
onderdvijftig centimeter. Zo hoog zit de lichtknop in de gang bij mijn ouders, gemeten van de vloer tot het midden van het knopje. Mijn moeder is één meter achtenvijftig, dus overdag haalt ze hem prima. Maar sinds haar heupoperatie in het voorjaar loopt ze ’s nachts met één hand langs de muur naar de wc, en dan zoekt die hand. Ik zie dat al jaren bij cliënten, maar bij mijn eigen ouders had ik het nooit opgemerkt. Ze wonen sinds 1976 in een rijtjeshuis in de Grote Waal, een paar minuten fietsen van de dijk langs het Markermeer. Drie slaapkamers, een trap die steiler is dan je zou willen en een meterkast waar mijn vader in de jaren tachtig zelf nog wat aan heeft verbeterd, zoals hij dat noemt. Weg willen ze niet, zeiden ze aan de keukentafel, op een natte zondag begin oktober. Lager, hoger en licht waar je het niet verwachtDus maakten we een plan. De schakelaars moesten omlaag, naar een hoogte waar je er ook met je elleboog tegenaan kunt duwen als je een kop thee draagt. De stopcontacten juist omhoog, zodat niemand meer op de knieën achter de bank hoeft om de stekker van de staande lamp eruit te trekken. Mijn moeder wilde vooral iets aan de trap doen. Daar brandt één lamp, helemaal bovenaan. Wie halverwege staat, staat in zijn eigen schaduw. Nachtverlichting was mijn punt. Geen fel licht dat je wakker maakt, maar een zachte gloed laag langs de plint, van de slaapkamer naar de badkamer. Bij cliënten raad ik vaak zo’n lampje met sensor aan dat je in het stopcontact steekt. Alleen zaten er op de overloop van mijn ouders precies nul stopcontacten. Een dinsdagmiddag met de meterkast openEen elektricien Hoorn binnenhalen voor een paar schakelaars vond mijn vader overdreven. Hij heeft hier ooit zelf een keuken geplaatst. Ik heb hem overgehaald om eerst iemand te laten kijken. Een oud-collega gaf me het nummer van een elektricien Hoorn, en een week later stond er een rustige man in de gang die als eerste de meterkast opendeed en een tijd niks zei. Niks ernstigs, zei hij daarna. Wel oud. De hele bovenverdieping hing op één groep, met een paar draden die er later bij waren gekomen. Een schakelaar lager zetten betekent dat de leiding in de muur verlegd moet worden, en een stopcontact op de overloop moet ergens zijn stroom vandaan halen. Met een potlood zette hij kruisjes op het behang waar hij wilde frezen en waar hij een bestaande doos kon gebruiken. Mijn vader stond ernaast met zijn rolmaat en knikte bij elke maat alsof hij hem persoonlijk goedkeurde. De trapHet beste idee kwam niet van mij. In plaats van een extra lamp aan het plafond stelde de elektricien voor om kleine ledlampjes in de muur langs de trap te zetten, op enkelhoogte, om de paar treden eentje. Die geven ’s nachts net genoeg licht om de rand van elke tree te zien. De schakelaars beneden en boven kwamen op dezelfde lage hoogte als in de rest van het huis, zodat mijn moeder niet hoeft te onthouden dat het op de trap anders werkt. Het werk duurde twee dagen. Er was stof, er waren sleuven die mijn vader daarna zelf heeft dichtgesmeerd en geschilderd, in een tint wit die net niet helemaal klopt. Daar zeggen we niks van. Vorige week sliep ik daar een nacht, na een verjaardag vlak bij de Roode Steen die uitliep tot na de laatste bus. Om een uur of drie hoorde ik mijn moeder over de overloop lopen. Geen hand langs de muur, geen getast. Gewoon lopen, in dat lage gele licht, en daarna de wc die doorspoelde. Ik heb in mijn werk honderden adviezen geschreven over valpreventie. Dit was de eerste keer dat ik er zelf wakker van lag, en dan om de goede reden. |
